Oftewel LiveJournal. Daar schrijf ik verder, omdat dat mij toch beter bevalt dan deze blog. Bij de links zie je een link naar mijn LJ staan (en ook mijn MySpace pagina, waar je ook meer van mijn schrijfwerk kan lezen zonder dat je je hoeft aan te melden of zelf een myspace moet hebben).
Wil je op mijn LJ toegevoegd worden, plaats dan daar even een berichtje.
Op deze blog zullen geen nieuwe stukken worden geplaatst, maar uiteraard blijf ik wel de blogs van een aantal bloggers volgen.
vrijdag 24 oktober 2008
dinsdag 7 oktober 2008
Donor
Momenteel praat men in de tweede kamer weer eens over de wetgeving wat betreft orgaan donatie. Met name de laatste maanden heb ik ook weer veel nagedacht over dit onderwerp, maar het blijft voor mij vooral ambivalent.
Enerzijds onderken ik het gegeven dat er meer mensen zich zouden moeten registreren als donor, om de eenvoudige reden dat het belachelijk is dat er jaarlijks mensen sterven omdat ze niet op tijd getransplanteerd konden worden, hetgeen weer een gevolg is van het feit dat er maar weinig mensen als donor geregistreerd staan. Is er niets bekend, dan beslissen de nabestaanden, maar in de praktijk levert dat bijna altijd een 'nee' als antwoord op. En ja, het probleem is natuurlijk dat 'de vraag' gesteld moet worden kort nadat de nabestaanden een dierbare hebben verloren.
Anderzijds heb ik mijn angsten, maar daar kom ik zo op terug.
Ondanks mijn eigen twijfel vind ik wel dat er iets aan de wet gewijzigd moet worden. Iedereen is donor, tenzij je daar bezwaar tegen aantekent. Andersom dus. De realiteit is dat ook in dat geval veel mensen niet zullen reageren, maar dan zijn deze mensen automatisch donor. Lijkt mij een goede zaak, juist ook omdat veel mensen wanneer ze er eens goed over na zouden denken, tot de beslissing zouden komen dat ze na hun dood hun organen afstaan. Want ja, daarmee kunnen levens worden gered.
Mijn verdeeldheid heeft met de volgende twee zaken te maken. De eerste klinkt vrij bot, maar heeft te maken met de misantropische insteek die mij niet vreemd is. De wereld is al te vol en als ik eerlijk ben: met de meeste mensen heb ik weinig omdat ik ze oppervlakkig, vaak dom en veelal enorm oninteressant vind.
Natuurlijk, wanneer het over mensen afzonderlijk gaat, is ook een dergelijke insteek nogal aan emotie onderhevig. Lisa, waarover ik eerder al schreef, ook met betrekking opo mijn manuscript 'Later', is er niet meer omdat zij te lang moest wachten op een longtransplantatie en denkend aan deze dappere en lieve meid zou je spontaan iedereen willen dwingen donor te worden en dan ook nog met terugwerkende kracht.
Via Lisa's blog ben ik de blogs van andere jonge mensen tegen gekomen die wachten op een transplantatie en lees je hun verhalen kun je niet anders dan er voorstander van zijn dat de wet wordt aangepast en iedereen donor is, tenzij men aangeeft dat niet te willen zijn.
Ook ik ben daarvoor.
Mijn twijfel, wat betreft mijn beslissing heeft ermee te maken dat ik nogal bang ben voor een zekere willekeur, juist omdat men over het algemeen stelt dat dat in een 'beschaafd land als Nederland' nooit het geval zal zijn. Stel: twee mannen, zelfde leeftijd, beiden ernstig gewond, beiden kunnen overleven met een directe transplantatie. Het komt er op neer: zelfde omstandigheden, maar de één heeft vrouw en twee kinderen, de ander heeft kip noch kraai. Ik vrees dat er in dat geval gekozen wordt voor de man met vrouw en kinderen en daarmee wordt de ene mens boven de andere mens verheven en dat vind ik fout.
Overdreven?
Ander voorbeeld. Er werd een hele afdeling van een ziekenhuis gereseveerd voor wijlen prins Bernard (en dat in een tijd met veel wachtlijsten en een tekort aan ziekenhuisbedden!). Je zal maar net in kritieke toestand worden binnengebracht in een periode dat Bernard toe was aan een nieuwe nier of welk orgaan dan ook en geschikt zijn als donor.....
Fantasie? Kleine kans? Ja, een minieme kans dat zoiets gebeurt, maar daarmee niet uitgesloten en ik vind dat een dergelijke gang van zaken voor 100% uitgesloten zou moeten zijn.
Maar goed, laat ik vooral eerlijk blijven. Mij staat het idee niet aan om bijvoorbeeld mijn organen af te staan aan één of andere onbenul die met een flinke slok op achter het stuur is gekropen, drie mensen heeft doodgereden en zelf dankzij mijn donatie, doorleeft. Klinkt wellicht erg bot, maar ik kom daar eerlijk voor uit.
Natuurlijk, er zijn meer redenen denkbaar en ieder mens zal deze hebben, even los van of mensen dit zullen uitspreken.
Maar goed, ik kan niet laten vastleggen dat mijn organen beschikbaar zijn voor jonge mensen met een aangeboren ziekte (bijvoorbeeld CF) en eigenlijk vind ik dat dat wel zou moeten kunnen. Ja, ook ik doe dan aan willekeur en plaats de ene mens boven de ander. Je kan dat hypocriet vinden, maar mij gaat het maar net om de criteria en ja, iemand die dronken achter het stuur gaat zitten vind ik dan ook een minderwaardig mens. Persoonlik vind ik dat dan ook wat anders dan iemand met kinderen een 'beter mens' vinden dan iemand zonder kinderen.
Ik vind dan ook dat het vooral hoog tijd is om taboes te doorbreken. Eerst de wet wijzigen: Iedereen is donor. Punt. Maak je bezwaar daartegen, moet je dat melden. Laat je niets vastleggen, ben je gewoon donor. Punt.
Vervolgens kan de discussie dan gaan of je enige criteria aan je donor zijn zou mogen verbinden; niets mis om over dergelijke ethiek te discussieren en veel beter dan de 'discussie' die nu gevoerd wordt (moet de wet wel of niet wijzigen).
Natuurlijk moet die wet wijzigen! En snel ook!
Enerzijds onderken ik het gegeven dat er meer mensen zich zouden moeten registreren als donor, om de eenvoudige reden dat het belachelijk is dat er jaarlijks mensen sterven omdat ze niet op tijd getransplanteerd konden worden, hetgeen weer een gevolg is van het feit dat er maar weinig mensen als donor geregistreerd staan. Is er niets bekend, dan beslissen de nabestaanden, maar in de praktijk levert dat bijna altijd een 'nee' als antwoord op. En ja, het probleem is natuurlijk dat 'de vraag' gesteld moet worden kort nadat de nabestaanden een dierbare hebben verloren.
Anderzijds heb ik mijn angsten, maar daar kom ik zo op terug.
Ondanks mijn eigen twijfel vind ik wel dat er iets aan de wet gewijzigd moet worden. Iedereen is donor, tenzij je daar bezwaar tegen aantekent. Andersom dus. De realiteit is dat ook in dat geval veel mensen niet zullen reageren, maar dan zijn deze mensen automatisch donor. Lijkt mij een goede zaak, juist ook omdat veel mensen wanneer ze er eens goed over na zouden denken, tot de beslissing zouden komen dat ze na hun dood hun organen afstaan. Want ja, daarmee kunnen levens worden gered.
Mijn verdeeldheid heeft met de volgende twee zaken te maken. De eerste klinkt vrij bot, maar heeft te maken met de misantropische insteek die mij niet vreemd is. De wereld is al te vol en als ik eerlijk ben: met de meeste mensen heb ik weinig omdat ik ze oppervlakkig, vaak dom en veelal enorm oninteressant vind.
Natuurlijk, wanneer het over mensen afzonderlijk gaat, is ook een dergelijke insteek nogal aan emotie onderhevig. Lisa, waarover ik eerder al schreef, ook met betrekking opo mijn manuscript 'Later', is er niet meer omdat zij te lang moest wachten op een longtransplantatie en denkend aan deze dappere en lieve meid zou je spontaan iedereen willen dwingen donor te worden en dan ook nog met terugwerkende kracht.
Via Lisa's blog ben ik de blogs van andere jonge mensen tegen gekomen die wachten op een transplantatie en lees je hun verhalen kun je niet anders dan er voorstander van zijn dat de wet wordt aangepast en iedereen donor is, tenzij men aangeeft dat niet te willen zijn.
Ook ik ben daarvoor.
Mijn twijfel, wat betreft mijn beslissing heeft ermee te maken dat ik nogal bang ben voor een zekere willekeur, juist omdat men over het algemeen stelt dat dat in een 'beschaafd land als Nederland' nooit het geval zal zijn. Stel: twee mannen, zelfde leeftijd, beiden ernstig gewond, beiden kunnen overleven met een directe transplantatie. Het komt er op neer: zelfde omstandigheden, maar de één heeft vrouw en twee kinderen, de ander heeft kip noch kraai. Ik vrees dat er in dat geval gekozen wordt voor de man met vrouw en kinderen en daarmee wordt de ene mens boven de andere mens verheven en dat vind ik fout.
Overdreven?
Ander voorbeeld. Er werd een hele afdeling van een ziekenhuis gereseveerd voor wijlen prins Bernard (en dat in een tijd met veel wachtlijsten en een tekort aan ziekenhuisbedden!). Je zal maar net in kritieke toestand worden binnengebracht in een periode dat Bernard toe was aan een nieuwe nier of welk orgaan dan ook en geschikt zijn als donor.....
Fantasie? Kleine kans? Ja, een minieme kans dat zoiets gebeurt, maar daarmee niet uitgesloten en ik vind dat een dergelijke gang van zaken voor 100% uitgesloten zou moeten zijn.
Maar goed, laat ik vooral eerlijk blijven. Mij staat het idee niet aan om bijvoorbeeld mijn organen af te staan aan één of andere onbenul die met een flinke slok op achter het stuur is gekropen, drie mensen heeft doodgereden en zelf dankzij mijn donatie, doorleeft. Klinkt wellicht erg bot, maar ik kom daar eerlijk voor uit.
Natuurlijk, er zijn meer redenen denkbaar en ieder mens zal deze hebben, even los van of mensen dit zullen uitspreken.
Maar goed, ik kan niet laten vastleggen dat mijn organen beschikbaar zijn voor jonge mensen met een aangeboren ziekte (bijvoorbeeld CF) en eigenlijk vind ik dat dat wel zou moeten kunnen. Ja, ook ik doe dan aan willekeur en plaats de ene mens boven de ander. Je kan dat hypocriet vinden, maar mij gaat het maar net om de criteria en ja, iemand die dronken achter het stuur gaat zitten vind ik dan ook een minderwaardig mens. Persoonlik vind ik dat dan ook wat anders dan iemand met kinderen een 'beter mens' vinden dan iemand zonder kinderen.
Ik vind dan ook dat het vooral hoog tijd is om taboes te doorbreken. Eerst de wet wijzigen: Iedereen is donor. Punt. Maak je bezwaar daartegen, moet je dat melden. Laat je niets vastleggen, ben je gewoon donor. Punt.
Vervolgens kan de discussie dan gaan of je enige criteria aan je donor zijn zou mogen verbinden; niets mis om over dergelijke ethiek te discussieren en veel beter dan de 'discussie' die nu gevoerd wordt (moet de wet wel of niet wijzigen).
Natuurlijk moet die wet wijzigen! En snel ook!
Druk
De studie die met mijn nieuwe job samenhangt, gaat goed. Vandaag weer een tussentijdse toets, daarvan moet 80% goed zijn en ik had nu 100%, bij eerdere toetsen 90, 80 en nog een keer 100%. Gaat lekker dus.
Dat en de Crush podcast (radioprogramma), dus bleef er weinig tijd over om te schrijven aan mijn manuscripten, maar ok dat komt wel weer goed.
Komende vrijdag weer een Crush feest! (met de bands Beati Mortui en Das Ich). Ik draai alleen voor en tussen de bands, daarna nog de heren van Das Ich interviewen en dan denk ik naar huis, want de dag begint al om half 7 's ochtends. Gelukkig hebben we nog twee DJ's die tot 4 uur doordraaien.
Dat en de Crush podcast (radioprogramma), dus bleef er weinig tijd over om te schrijven aan mijn manuscripten, maar ok dat komt wel weer goed.
Komende vrijdag weer een Crush feest! (met de bands Beati Mortui en Das Ich). Ik draai alleen voor en tussen de bands, daarna nog de heren van Das Ich interviewen en dan denk ik naar huis, want de dag begint al om half 7 's ochtends. Gelukkig hebben we nog twee DJ's die tot 4 uur doordraaien.
vrijdag 26 september 2008
Drukke tijden
Voor mijn nieuwe job ben ik ook weer aan het studeren geslagen en dat is even wennen; de opeiding is toch weer een beetje school. Eenm flink tempo hoge eisen. Een eerste test leverde in eerste instantie 11 van de 15 vragen goed op, maar minimale eis was 12 van de 15 goed, ofwel 80%. Bij de herkansing haalde ik gelukkig precies de 80%.Vandaag een tweede tussentijdse test; van de meerkeuze vragen had ik 17 van de 20 goed, maar minimaal 18 was vereist, van de 5 open vragen had ik er 3 ½ goed, waar 4 de vereiste was. Schrale troost was dat ik veruit de beste van het klasje was, maar ook voor mij geldt dat extra studie zeer wordt aanbevolen.Uiteindelijk moet je in de laatste toets, over drie weken, minimaal 90% van de 60 vragen goed beantwoorden. Tussen de 80 en 90% is herkansen, beneden de 80% exit.Terecht en logisch dat men hoge eisen stelt, ik zou het ook eigenlijk niet anders willen, maar het is wel iets waar ik weer even aan moet wennen.
Drukke tijden, ook vanwege wat frerelance werk dat er nog lag, maar de komende tijd ga ik aan deze job en uiteraard mijn schrijfwerk besteden. Komende week gaat mijn manuscript 'De herinnering verdoofd' weer eens richting een uitgever en wil ik 'Later' in ieder geval nog dit jaar afronden.
Wanneer 'Later' uitgegeven wordt zou ik het boek graag aan Lisa opdragen, maar goed, zover is het nog niet en ik vind ook dat haar familie dat OK moet vinden, maar heb nog enige schroom hen te benaderen. Ik wilde Lisa's moeder al schrijven, maar heb enige schroom omdat ik voor haar een totaal onbekende ben en niets wil opdringen.
Via Lisa's blog ben ik op enkele andere blogs waar over CF geschreven wordt terecht gekomen en wat een dappere en prachtige mensen tref je daar.
Drukke tijden, ook vanwege wat frerelance werk dat er nog lag, maar de komende tijd ga ik aan deze job en uiteraard mijn schrijfwerk besteden. Komende week gaat mijn manuscript 'De herinnering verdoofd' weer eens richting een uitgever en wil ik 'Later' in ieder geval nog dit jaar afronden.
Wanneer 'Later' uitgegeven wordt zou ik het boek graag aan Lisa opdragen, maar goed, zover is het nog niet en ik vind ook dat haar familie dat OK moet vinden, maar heb nog enige schroom hen te benaderen. Ik wilde Lisa's moeder al schrijven, maar heb enige schroom omdat ik voor haar een totaal onbekende ben en niets wil opdringen.
Via Lisa's blog ben ik op enkele andere blogs waar over CF geschreven wordt terecht gekomen en wat een dappere en prachtige mensen tref je daar.
woensdag 17 september 2008
Er staat een drukke periode voor de deur. Na een tijdje voornamelijk freelance werk ga ik voorlpg weer bezig in een vaste baan, waarbij ik intern ook de nodige opleidingen kan gaan volge en dat sprak mij zeer aan. En ja, ook wel de behoefte aan wat meer zekerheid en vooral ook de drukte opzoekend, want ik heb gemerkt dat wanneer ik meer tijd voor mijn schrijfwerk heb, ik minder productief wordt. Ik ben zo iemand die het maar het beste heel druk kan hebben, dan komt er meer en beter uit mijn vingers.
Morgen even wat andere zaken en dan vrijdag am schreibtisch om verder te werken aan 'Later' (titel van het manuscript).
Maandag was er en triest bericht. Geen bekende, maar toch een shock om te vernemen dat Richard Wright was overleden. De Pink Floyd toetsenist werd 65 jaar. Kanker. Een vreselijke ziekte, ook omdat het in zo'n korte tijd zo hard kan toeslaan. Rick Wright was maar korte tijd ziek. Zijn familie heeft verder geen informatie naar buiten gebracht, maar duidelijk is dat het erg snel is gegaan.Wat betreft Pink Floyd was (en ben) ik met name gecharmeerd va Roger Waters en Rick Wright en dan ook met name hun soloplaten, hoewel ik ook The Wall, Animals en The final cut (waar Rick niet op mee deed) van Pink Floyd erg goed vind. Rick bracht in 1996 het album 'Broken Chjina' uit, een concept album dat handelt over depressie en zowel tekstueel als muzikaal erg interessant en ook een aanrader voor wie niet zozeer van Pink Floyd gecharmeerd is. Onder Pink Floyd fans is Rick vooral bekend en geliefd vanwege de nummers 'Us and them' en 'The great gig in the sky' die hij schreef en zijn te vinden op de meest bejubelde PF schijf 'The dark side of the moon'. Vind ik ook een goede plaat, maar ik ben er nooit euforisch over geweest.
Interessanter vond ik de samenwerking van Rick met ex-Fashion zanger/gitarist Dave Harris, de band ZEE, die helaas maar één album maakten, 'Identity', in 1984. Een geflopt project, in de zin dat het nauwelijks verkocht en ook nooit op CD is uitgebracht. Het is typische jaren 80 electro muziek, doch niet zonder vele invloeden; zo is de hand van Rick hoorbaar in veel composities en bracht Dave Harris wat 'glamwave' invloeden mee. Destijds was het 'hip' om met de fairlight computer muziek te maken en nu klinkt het volgens velen vooral erg gedateerd, maar ik vind het nog steeds erg mooi.Nadat ik op Myspace een band profile had gemaakt van de opedoekte band Ro-Robot (lekkere new wave van een band die bestond uit leuke mensen bij mij uit de buurt), besloot ik ook een ZEE profile aan te maken. Gewoon doen en dan maar zien of het op prijs zou worden gesteld door de beheerder van de Rick Wright myspace, een assistent van het PF management waarmee ik al eens had gemaild. Tot mijn verrassing kreeg ik een mailtje van Mr Wright himself en hij vond het erg leuk dat er een ZEE space was opgezet; blij verrast ook dat dat zoveel jaar na dato nog gebeurde. Toch bleek later dat er meer fans waren die bij hem naar ZEE hadden geïnformeerd. Aanvankelijk keek Rick er op terug als een mislukt experiment, maar met de jaren was hij dan toch enige waardering gaan opbrengen voor de plaat.
Via de ZEE space kwam ik ook in contact met de beheerders van de Rick Wright fanpage en vernam ik via hen dat er een nieuw (instrumentaal) album van Rick zat aan te komen. En ook leuk om met anderen over de muziek van Rick te kunnen kletsen, want de mensen in mijn vriendenkring lopen er niet warm voor.
En dan ineens het bericht dat Rick Wright er niet meer is. Erg weinig mensen wisten van zijn ziekte, dus een behoorlijke schok, vooral voor diegenen die hem persoonlijk hebben gekend en hebben ervaren als vooral een erg warme persoonlijkheid.Ik ben bepaald niet iemand die maar zoveel mogelijk artiesten wil ontmoeten, maar ik besefte wel dat Rick iemand was die ik graag eens zou hebben ontmoet.Gelukkig is zijn muziek er nog en hopelijk wordt het album waaraan hij werkte (hij was er ver mee, maar geen idee of het af was) nog postuum uitgebracht.
Morgen even wat andere zaken en dan vrijdag am schreibtisch om verder te werken aan 'Later' (titel van het manuscript).
Maandag was er en triest bericht. Geen bekende, maar toch een shock om te vernemen dat Richard Wright was overleden. De Pink Floyd toetsenist werd 65 jaar. Kanker. Een vreselijke ziekte, ook omdat het in zo'n korte tijd zo hard kan toeslaan. Rick Wright was maar korte tijd ziek. Zijn familie heeft verder geen informatie naar buiten gebracht, maar duidelijk is dat het erg snel is gegaan.Wat betreft Pink Floyd was (en ben) ik met name gecharmeerd va Roger Waters en Rick Wright en dan ook met name hun soloplaten, hoewel ik ook The Wall, Animals en The final cut (waar Rick niet op mee deed) van Pink Floyd erg goed vind. Rick bracht in 1996 het album 'Broken Chjina' uit, een concept album dat handelt over depressie en zowel tekstueel als muzikaal erg interessant en ook een aanrader voor wie niet zozeer van Pink Floyd gecharmeerd is. Onder Pink Floyd fans is Rick vooral bekend en geliefd vanwege de nummers 'Us and them' en 'The great gig in the sky' die hij schreef en zijn te vinden op de meest bejubelde PF schijf 'The dark side of the moon'. Vind ik ook een goede plaat, maar ik ben er nooit euforisch over geweest.
Interessanter vond ik de samenwerking van Rick met ex-Fashion zanger/gitarist Dave Harris, de band ZEE, die helaas maar één album maakten, 'Identity', in 1984. Een geflopt project, in de zin dat het nauwelijks verkocht en ook nooit op CD is uitgebracht. Het is typische jaren 80 electro muziek, doch niet zonder vele invloeden; zo is de hand van Rick hoorbaar in veel composities en bracht Dave Harris wat 'glamwave' invloeden mee. Destijds was het 'hip' om met de fairlight computer muziek te maken en nu klinkt het volgens velen vooral erg gedateerd, maar ik vind het nog steeds erg mooi.Nadat ik op Myspace een band profile had gemaakt van de opedoekte band Ro-Robot (lekkere new wave van een band die bestond uit leuke mensen bij mij uit de buurt), besloot ik ook een ZEE profile aan te maken. Gewoon doen en dan maar zien of het op prijs zou worden gesteld door de beheerder van de Rick Wright myspace, een assistent van het PF management waarmee ik al eens had gemaild. Tot mijn verrassing kreeg ik een mailtje van Mr Wright himself en hij vond het erg leuk dat er een ZEE space was opgezet; blij verrast ook dat dat zoveel jaar na dato nog gebeurde. Toch bleek later dat er meer fans waren die bij hem naar ZEE hadden geïnformeerd. Aanvankelijk keek Rick er op terug als een mislukt experiment, maar met de jaren was hij dan toch enige waardering gaan opbrengen voor de plaat.
Via de ZEE space kwam ik ook in contact met de beheerders van de Rick Wright fanpage en vernam ik via hen dat er een nieuw (instrumentaal) album van Rick zat aan te komen. En ook leuk om met anderen over de muziek van Rick te kunnen kletsen, want de mensen in mijn vriendenkring lopen er niet warm voor.
En dan ineens het bericht dat Rick Wright er niet meer is. Erg weinig mensen wisten van zijn ziekte, dus een behoorlijke schok, vooral voor diegenen die hem persoonlijk hebben gekend en hebben ervaren als vooral een erg warme persoonlijkheid.Ik ben bepaald niet iemand die maar zoveel mogelijk artiesten wil ontmoeten, maar ik besefte wel dat Rick iemand was die ik graag eens zou hebben ontmoet.Gelukkig is zijn muziek er nog en hopelijk wordt het album waaraan hij werkte (hij was er ver mee, maar geen idee of het af was) nog postuum uitgebracht.
woensdag 10 september 2008
Later
Ik ben deze blog begonnen omdat ik een andere blog volgde en het niet kon nalaten er zelf eentje te maken, hoewel ik op LJ post (heel onregelmatig) en ook op Myspace actief ben (ook al bestaat dat veelal uit surveys invullen wanneer het schrijven even wat minder wil vlotten), maar ik ben van plan deze blog te gebruiken om specifiek te schrijven over mijn manuscript 'Later'.
Het manuscript voor een roman in het kort:
De hoofdpersoon is een soort reiziger door zijn eigen tijd, omdat bij hem de verschillende levensfasen door elkaar heen lopen, eigenlijk zoals dingen door elkaar heen kunnen lopen in een droom.
Er is veel sprake van een zeker contrast, vooral wanneer de hoofdpersoon (genaamd Menno) Lieke ontmoet. Ze is jonger dan Menno, maar op veel vlakken ouder, wat mede wodt veroorzaakt door de aandoening CF waardoor er sprake is van een beperkte levensverwachting en uiteindelijk zal ze een longtransplantatie nodig hebben om zicht te hebben op een langer en fysiek beter leven.
Zowel Menno als Lieke voelen zich dan weer een kind, dan weer een bejaarde, uiteraard om heel verschillende redenen. Menno's drang tot nostalgie wordt afgewiseld met een zekere angst voor later, terwijl Lieke nou juist reikhalzend uitkijkt naar later, naar een beter leven.
Ik schrijf fictie. Wel vind ik het van belang dat dingen kloppen, omdat ik vind dat een roman echt moet zijn. Daarom heb ik ook de nodige research gedaan naar bijvoorbeeld CF. Maar ook gaat het om details en daarbij kreeg ik hulp van een heel bijzondere meid. Alleen al heel bijzonder dat ze, ondanks dat ze zich toch vaak niet goed voelde en vaak erg vermoeid was, bereid was om vragen die ik had te beantwoorden en dat op een heel open wijze. Meerdere malen liet ik haar weten dat jhet nooit haast had om te antwoorden, maar al gauw had ik door dat dit een jongedame was die dat prima zelf kon bepalen. Ik volgde ook haar blog en ook dat was voor mij een welkome bron van informatie. Klinkt wellicht heel zakelijk wanneer ik het zo opschrijf, maar natuurlijk was er ook sprake van oprechte interesse, dat zou in mijn geval niet anders kunnen. Haar mails waren vooral ook altijd erg leuk om te lezen.
Ze is er niet meer. En dat zelfs ik, die haar nog maar nauwelijks kende en helaas niet heeft kunnen ontmoeten, haar mis, dat het een raar idee is dat zij er niet meer is, doet mij vermoeden hoe het is om deze fantastische meid te moeten missen wanneer je haar goed gekend hebt en alleen al dat vermoeden van een groot gemis doet pijn.
Het was vooral wat ik meekreeg van haar houding dat ik, ondanks het besef dat veel mensen met CF jong sterven, het gewoon voor onmogelijk hield dat zij de strijd zou verliezen. Hoe triest het ook is afgelopen, ik haal daar toch iets heel positiefs uit en dat zegt alles over haar. Ik kon nog veel van haar leren.
Binnenkort pak ik de draad weer op en hoop het manuscript nog dit jaar af te ronden. Of het uiteindelijk wordt uitgegeven si nog niet zeker; ik ben momenteel bezig om een afgerond manuscript uitgegeven te krijgen en daarna is het weer even verder kijken wat er gaat gebeuren.
Het manuscript voor een roman in het kort:
De hoofdpersoon is een soort reiziger door zijn eigen tijd, omdat bij hem de verschillende levensfasen door elkaar heen lopen, eigenlijk zoals dingen door elkaar heen kunnen lopen in een droom.
Er is veel sprake van een zeker contrast, vooral wanneer de hoofdpersoon (genaamd Menno) Lieke ontmoet. Ze is jonger dan Menno, maar op veel vlakken ouder, wat mede wodt veroorzaakt door de aandoening CF waardoor er sprake is van een beperkte levensverwachting en uiteindelijk zal ze een longtransplantatie nodig hebben om zicht te hebben op een langer en fysiek beter leven.
Zowel Menno als Lieke voelen zich dan weer een kind, dan weer een bejaarde, uiteraard om heel verschillende redenen. Menno's drang tot nostalgie wordt afgewiseld met een zekere angst voor later, terwijl Lieke nou juist reikhalzend uitkijkt naar later, naar een beter leven.
Ik schrijf fictie. Wel vind ik het van belang dat dingen kloppen, omdat ik vind dat een roman echt moet zijn. Daarom heb ik ook de nodige research gedaan naar bijvoorbeeld CF. Maar ook gaat het om details en daarbij kreeg ik hulp van een heel bijzondere meid. Alleen al heel bijzonder dat ze, ondanks dat ze zich toch vaak niet goed voelde en vaak erg vermoeid was, bereid was om vragen die ik had te beantwoorden en dat op een heel open wijze. Meerdere malen liet ik haar weten dat jhet nooit haast had om te antwoorden, maar al gauw had ik door dat dit een jongedame was die dat prima zelf kon bepalen. Ik volgde ook haar blog en ook dat was voor mij een welkome bron van informatie. Klinkt wellicht heel zakelijk wanneer ik het zo opschrijf, maar natuurlijk was er ook sprake van oprechte interesse, dat zou in mijn geval niet anders kunnen. Haar mails waren vooral ook altijd erg leuk om te lezen.
Ze is er niet meer. En dat zelfs ik, die haar nog maar nauwelijks kende en helaas niet heeft kunnen ontmoeten, haar mis, dat het een raar idee is dat zij er niet meer is, doet mij vermoeden hoe het is om deze fantastische meid te moeten missen wanneer je haar goed gekend hebt en alleen al dat vermoeden van een groot gemis doet pijn.
Het was vooral wat ik meekreeg van haar houding dat ik, ondanks het besef dat veel mensen met CF jong sterven, het gewoon voor onmogelijk hield dat zij de strijd zou verliezen. Hoe triest het ook is afgelopen, ik haal daar toch iets heel positiefs uit en dat zegt alles over haar. Ik kon nog veel van haar leren.
Binnenkort pak ik de draad weer op en hoop het manuscript nog dit jaar af te ronden. Of het uiteindelijk wordt uitgegeven si nog niet zeker; ik ben momenteel bezig om een afgerond manuscript uitgegeven te krijgen en daarna is het weer even verder kijken wat er gaat gebeuren.
maandag 9 juni 2008
Am schreibtisch
Ooit een blog aangemaakt, als één van de manieren om wat van mijn schrijfwerk, nou ja, vooral het werken daar aan op het wereldwijde web te plaatsen, later meer gepost op LJ en het aardige daarvan is dat een aantal mensen zich keer op keer afvragen wat nou "echt" is en wat verzonnen. Maar goed, laatst zei iemand "De waarheid is niet altijd het tegenovergestelde van fictie" en dat vond ik wel treffend.
De meest gestelde vraag, als het om schrijven gaat is of je werk ook autobiografisch is en ja, ik ben nog steeds van mening dat er geen sprake is van zo'n duidelijke scheidslijn. Je schrijft het immers zelf op en daarmee is je schrijfwerk een deel van jezelf, maar dat wil niet zeggen dat je alles ook precies zo hebt meegemaakt of ervaren. Ik schrijf veel in de ik-vorm, waardoor velen eerder de neiging hebben om het als iets van, maar ook over mij te lezen.
Ik heb hier het eerste hoofdstuk uit 'Later' geplaatst en zal dan ook op deze plek regelmatig (nou ja, dat is ook vooral van beschikbare tijd afhankelijk) iets posten over het verloop.
Ik ben in 1998 aan dit manuscript begonnen, het jaar daarna de eerste opzet afgerond en onlangs de draad weer opgepakt. Gewoonlijk werk ik aan merdere dingen tegelijkertijd en soms moet iets even bezinken, soms een paar maanden, maar soms ook langer en in tijden dat ik veel nieuwe ideeën heb, ga ik graag met nieuw werk aan de slag.
Het is ook zaak om wel wat af te ronden en de manuscripten 'Voor altijd', 'Kamer 17' en 'De herinnering verdoofd' zijn af, doch ben ik alleen over het laatste in die mate tevreden dat ik daarvoor een uitgever zoek. Ik was daar al een keer dichtbij, maar nog niet succesvol. Debuteren is dan ook niet makkelijk en uitgevers willen vooral bekende Nederlanders uitgeven; je bent bekend en geeft uit is veel meer het geval dan dat je door uit te geven bekend wordt, al is roem voor mij zeker niet zozeer een drijfveer. Het gaat om het schrijven zelf, maar natuurlijk is het leuk om uitgegeven te worden.
De meest gestelde vraag, als het om schrijven gaat is of je werk ook autobiografisch is en ja, ik ben nog steeds van mening dat er geen sprake is van zo'n duidelijke scheidslijn. Je schrijft het immers zelf op en daarmee is je schrijfwerk een deel van jezelf, maar dat wil niet zeggen dat je alles ook precies zo hebt meegemaakt of ervaren. Ik schrijf veel in de ik-vorm, waardoor velen eerder de neiging hebben om het als iets van, maar ook over mij te lezen.
Ik heb hier het eerste hoofdstuk uit 'Later' geplaatst en zal dan ook op deze plek regelmatig (nou ja, dat is ook vooral van beschikbare tijd afhankelijk) iets posten over het verloop.
Ik ben in 1998 aan dit manuscript begonnen, het jaar daarna de eerste opzet afgerond en onlangs de draad weer opgepakt. Gewoonlijk werk ik aan merdere dingen tegelijkertijd en soms moet iets even bezinken, soms een paar maanden, maar soms ook langer en in tijden dat ik veel nieuwe ideeën heb, ga ik graag met nieuw werk aan de slag.
Het is ook zaak om wel wat af te ronden en de manuscripten 'Voor altijd', 'Kamer 17' en 'De herinnering verdoofd' zijn af, doch ben ik alleen over het laatste in die mate tevreden dat ik daarvoor een uitgever zoek. Ik was daar al een keer dichtbij, maar nog niet succesvol. Debuteren is dan ook niet makkelijk en uitgevers willen vooral bekende Nederlanders uitgeven; je bent bekend en geeft uit is veel meer het geval dan dat je door uit te geven bekend wordt, al is roem voor mij zeker niet zozeer een drijfveer. Het gaat om het schrijven zelf, maar natuurlijk is het leuk om uitgegeven te worden.
zaterdag 7 juni 2008
Later, hoofdstuk 1
Vroeger was er de muur. Een echte muur van steen, dus niet zoiets als waarachter sommigen zich menen te moeten verschuilen, waarmee ik helaas zo vaak in "contact" moest komen. Ik was nog te klein om een blik te kunnen werpen achter de omheining van witte stenen; dat liet mijn fantasie de vrije loop. Dus was ik er zeker van dat het mooi was achter de muur, waar het kasteel zich bevond waarin jij en ik later zouden gaan wonen. Het was er vol kleur, veel bomen en planten en het regende er maar zelden. Meestal scheen de zon. Vaak dacht ik positief.
Ik was als kind druk, maar niet onrustig; brutaal, maar soms erg verlegen en ik kende een zekere angst voor wat er zou gaan komen. Niet dat ik echt duidelijk door de toekomst werd bevreesd, maar ik wilde er zeker van zijn dat wanneer ik iets als prettig ervoer, het voorlopig nog even zou voortduren. Eigenlijk is dat nooit echt veranderd, eerder toegenomen in sterkte; al kwam het dan vooral in kleine dingen tot uiting. Wanneer ik middenin een film of serie op tv viel, dan moest en zou ik weten tot hoe laat de uitzending zou duren, om niet te worden overvallen door het einde. Ik had al eens een zure inval van het einde moeten doorstaan en daar kon werkelijk niets meer bij; zelfs niet zoiets onbenulligs als een serie op tv. En dus zeker geen zaken die er werkelijk toe deden.
Toch was de toekomst, ondanks alle vrees, vroeger nog iets om naar uit te kijken; al was het alleen maar omdat het nooit zo erg kon zijn zoals ik mij het in mijn meest sombere momenten had voorgesteld. Misschien was juist deze gedachtengang er wel debet aan dat het leven veranderde van iets dat moeilijk was tot iets ondraaglijks. Alsof iedere uitdaging stilzwijgend de vorm van een beproeving aannam, wat mij onrustig en op ten duur ook onzeker maakte.
Vroeger. De zon scheen dwars door de wolken, door geen wolkbreuk af te stoppen. De zonsverduistering liet op zich wachten, maar voor hoe lang nog? Ik telde de kleuren van de regenboog, al was het alleen maar om mij af te sluiten van het onheilspellende gevoel dat zich meer en meer aan mij opdrong. De zorgen voor later?
Vroeger. Alles was vroeger, het nu was iets dat geen toekomst meer had omdat het nu oneindig was; voor altijd nu, geen later meer.
Nogmaals. Nog maar een keer van beneden naar boven, het pad volgend; rusteloos en moe. Nog eens het pad zonder einde bewandelen, omdat ik geen idee had wat mij te doen stond. Ik romanticeerde dood door verdrinking, omdat ik niets liever wilde dan verzuipen in nostalgie; veilig schuilend in gedachten van toen.
Vroeger was het leven aangenaam en de moeite van het op zich moeizame bestaan meer dan waard. Ik voelde mij verloren. Het water lonkte.
Lucille klopte het beddengoed uit. De blauwe deken bleef uren uit het raam bungelen en om de paar minuten verscheen Lucille in het kozijn; was ze bang dat de wind haar dekens vleugels zou bezorgen? Kon ze mij vanuit haar vesting, schuin tegenover mijn huis en iets hoger gelegen dan waar ik mij bevond, zien zitten achter mijn bureau?
In de zomer zat ze vaak in het raamkozijn; meestal in een boek verdiept of werd ze in beslag genomen door muziek die ze op had staan en waarvan de buurt mocht meegenieten.
Later op de dag waren de deken en de kleding, die ze er bij had gehangen op een moment dat ik even haar raam niet gade sloeg, verdwenen zonder dat ik ook maar een glimp van Lucille had kunnen opvangen. Het was al donker geworden; de dagen werden steeds korter. Was ik dan toch niet louter met haar doen en laten begaan?
Ze woonde schuin tegenover mij. We hadden kennis gemaakt in de tijd dat zij als Lucy Lee nog furore maakte als danseres, maar we spraken elkaar nog maar zelden. Pas nadat ik enige maanden vlakbij haar woonde was het haar opgevallen dat we een soort buren waren, terwijl ik vanaf de eerste dag dat ik mijn nieuwe woning betrok had geweten dat Lucille in de buurt was. Ik had namelijk de gewoonte mijn woonomgeving af te klotsen en zowat niets ontging mij dan ook.
Toch ging het leven meer en meer aan mij voorbij zonder dat ik er zelf actief aan deelnam; althans, niet actiever dan waartoe ik min of meer werd gedwongen. Het liefst had ik als kluizenaar aan de maatschappij deelgenomen omdat het bestaan voor mij een lang en verplicht nummer was en meestal was ik het leven dan ook meer dan zat.
Lucille was levendig en leek door werkelijk niets uit haar goede humeur te kunnen vallen, maar de momenten waarop ze triest was waren dan ook even hardnekkig als zeldzaam. Op het eerste oog was ze nog immer de lachende dame die zelfbewust, en even zozeer verzekerd, van dag tot dag leefde; schijnbaar los van twijfel en angst. Toch was ze diep gevallen toen ze had begrepen dat haar danscarriere over was. Nooit meer het applaus, geen spotlights meer; wat zou er nog over blijven van de adoratie dat ooit de schijn van eeuwig geluk teweeg had gebracht? En dat allemaal vanwege een zwak gestel; haaks staand op haar rotsvaste ambitie de wereld te veroveren.
Ik durfde haar niet te benaderen en was eigenlijk maar wat blij met het gegeven dat ze mij niet meer zag staan. Of was ze te zeer ingenomen met haar nieuwe leven; had ze weldeelijk berust in het lot en was ze in staat geweest iets nieuws op te bouwen? Zonder dans, maar ook zonder alles en iedereen dat haar naar die tijd zou doen verlangen? Misschien was ze mij wel gewoon vergeten. Een anonieme wederzijdse groet, vervuld van louter oppervlakkigheid; dat was het. Meer niet. Niet meer.
Regen. De druppels, ontsproten uit ontevredenheid, op jouw gezicht als ware het mijn spiegelbeeld. We leken nogal op elkaar. Maar jij zou er mee overweg kunnen. Jij zou iedere teleurstelling, hoe groot en overdonderend dan ook, wel weer te boven zijn gekomen. Ik niet. Wat dat betreft had ik niet genoeg jouw evenbeeld kunnen zijn. Alles wat nog is, is tot een illusie gereduceerd; mijn droom om ooit weer samen te zijn.
In het zonlicht kwam Lucy Lee weer een beetje tot leven, al deed Lucille er werkelijk alles aan om juist dat te verhullen; toch was zelfs haar droom niet zo onmogelijk als die van mij.
Vroeger. Voor anderen slechts een klein deel van het leven; voor mij waren het prachtige jaren en mijn bestaan was ooit wreed verstoord door het lot: het verstrijken der tijd.
Uren kon ik naar de wolken kijken. Soms verwachtte ik zowaar dat jij ieder moment tevoorschijn kon komen en leek het pluizige luchtschap even heel dichtbij, maar telkens werd mijn dagdroom verstoord door een harde windvlaag; veroorzaakt door de even stormachtige als trieste realiteit. Wat was het leven toch zinloos zonder jou.
Je had de eeuwige jeugd verkregen. Wellicht voelde ik mij daarom maar al te vaak een kind dat in een volwassen lichaam gevangen werd gehouden; totaal niet in staat te leven als een man. Ik voelde mij een weerloos joch, losgelaten in een wereld die mij steeds vreemder voor kwam en met de jaren nam de behoefte te vluchten toe; maar waar moest ik naartoe? Ik wilde weer bij jou zijn, maar geloofde niet dat ik ons weerzien zou kunnen afdwingen. Daarom werd ik ouder. In eenzaamheid?
Waarom kon alles waarover ik mij zorgen pleegde te moeten maken niet iets voor later zijn? Waarom moest wat voor mij bij voorkeur altijd later was gebleven het heden zijn? Hoe erg zou het allemaal nog kunnen worden en hoe lang zou ik het nog moeten ondergaan?
Ik was als kind druk, maar niet onrustig; brutaal, maar soms erg verlegen en ik kende een zekere angst voor wat er zou gaan komen. Niet dat ik echt duidelijk door de toekomst werd bevreesd, maar ik wilde er zeker van zijn dat wanneer ik iets als prettig ervoer, het voorlopig nog even zou voortduren. Eigenlijk is dat nooit echt veranderd, eerder toegenomen in sterkte; al kwam het dan vooral in kleine dingen tot uiting. Wanneer ik middenin een film of serie op tv viel, dan moest en zou ik weten tot hoe laat de uitzending zou duren, om niet te worden overvallen door het einde. Ik had al eens een zure inval van het einde moeten doorstaan en daar kon werkelijk niets meer bij; zelfs niet zoiets onbenulligs als een serie op tv. En dus zeker geen zaken die er werkelijk toe deden.
Toch was de toekomst, ondanks alle vrees, vroeger nog iets om naar uit te kijken; al was het alleen maar omdat het nooit zo erg kon zijn zoals ik mij het in mijn meest sombere momenten had voorgesteld. Misschien was juist deze gedachtengang er wel debet aan dat het leven veranderde van iets dat moeilijk was tot iets ondraaglijks. Alsof iedere uitdaging stilzwijgend de vorm van een beproeving aannam, wat mij onrustig en op ten duur ook onzeker maakte.
Vroeger. De zon scheen dwars door de wolken, door geen wolkbreuk af te stoppen. De zonsverduistering liet op zich wachten, maar voor hoe lang nog? Ik telde de kleuren van de regenboog, al was het alleen maar om mij af te sluiten van het onheilspellende gevoel dat zich meer en meer aan mij opdrong. De zorgen voor later?
Vroeger. Alles was vroeger, het nu was iets dat geen toekomst meer had omdat het nu oneindig was; voor altijd nu, geen later meer.
Nogmaals. Nog maar een keer van beneden naar boven, het pad volgend; rusteloos en moe. Nog eens het pad zonder einde bewandelen, omdat ik geen idee had wat mij te doen stond. Ik romanticeerde dood door verdrinking, omdat ik niets liever wilde dan verzuipen in nostalgie; veilig schuilend in gedachten van toen.
Vroeger was het leven aangenaam en de moeite van het op zich moeizame bestaan meer dan waard. Ik voelde mij verloren. Het water lonkte.
Lucille klopte het beddengoed uit. De blauwe deken bleef uren uit het raam bungelen en om de paar minuten verscheen Lucille in het kozijn; was ze bang dat de wind haar dekens vleugels zou bezorgen? Kon ze mij vanuit haar vesting, schuin tegenover mijn huis en iets hoger gelegen dan waar ik mij bevond, zien zitten achter mijn bureau?
In de zomer zat ze vaak in het raamkozijn; meestal in een boek verdiept of werd ze in beslag genomen door muziek die ze op had staan en waarvan de buurt mocht meegenieten.
Later op de dag waren de deken en de kleding, die ze er bij had gehangen op een moment dat ik even haar raam niet gade sloeg, verdwenen zonder dat ik ook maar een glimp van Lucille had kunnen opvangen. Het was al donker geworden; de dagen werden steeds korter. Was ik dan toch niet louter met haar doen en laten begaan?
Ze woonde schuin tegenover mij. We hadden kennis gemaakt in de tijd dat zij als Lucy Lee nog furore maakte als danseres, maar we spraken elkaar nog maar zelden. Pas nadat ik enige maanden vlakbij haar woonde was het haar opgevallen dat we een soort buren waren, terwijl ik vanaf de eerste dag dat ik mijn nieuwe woning betrok had geweten dat Lucille in de buurt was. Ik had namelijk de gewoonte mijn woonomgeving af te klotsen en zowat niets ontging mij dan ook.
Toch ging het leven meer en meer aan mij voorbij zonder dat ik er zelf actief aan deelnam; althans, niet actiever dan waartoe ik min of meer werd gedwongen. Het liefst had ik als kluizenaar aan de maatschappij deelgenomen omdat het bestaan voor mij een lang en verplicht nummer was en meestal was ik het leven dan ook meer dan zat.
Lucille was levendig en leek door werkelijk niets uit haar goede humeur te kunnen vallen, maar de momenten waarop ze triest was waren dan ook even hardnekkig als zeldzaam. Op het eerste oog was ze nog immer de lachende dame die zelfbewust, en even zozeer verzekerd, van dag tot dag leefde; schijnbaar los van twijfel en angst. Toch was ze diep gevallen toen ze had begrepen dat haar danscarriere over was. Nooit meer het applaus, geen spotlights meer; wat zou er nog over blijven van de adoratie dat ooit de schijn van eeuwig geluk teweeg had gebracht? En dat allemaal vanwege een zwak gestel; haaks staand op haar rotsvaste ambitie de wereld te veroveren.
Ik durfde haar niet te benaderen en was eigenlijk maar wat blij met het gegeven dat ze mij niet meer zag staan. Of was ze te zeer ingenomen met haar nieuwe leven; had ze weldeelijk berust in het lot en was ze in staat geweest iets nieuws op te bouwen? Zonder dans, maar ook zonder alles en iedereen dat haar naar die tijd zou doen verlangen? Misschien was ze mij wel gewoon vergeten. Een anonieme wederzijdse groet, vervuld van louter oppervlakkigheid; dat was het. Meer niet. Niet meer.
Regen. De druppels, ontsproten uit ontevredenheid, op jouw gezicht als ware het mijn spiegelbeeld. We leken nogal op elkaar. Maar jij zou er mee overweg kunnen. Jij zou iedere teleurstelling, hoe groot en overdonderend dan ook, wel weer te boven zijn gekomen. Ik niet. Wat dat betreft had ik niet genoeg jouw evenbeeld kunnen zijn. Alles wat nog is, is tot een illusie gereduceerd; mijn droom om ooit weer samen te zijn.
In het zonlicht kwam Lucy Lee weer een beetje tot leven, al deed Lucille er werkelijk alles aan om juist dat te verhullen; toch was zelfs haar droom niet zo onmogelijk als die van mij.
Vroeger. Voor anderen slechts een klein deel van het leven; voor mij waren het prachtige jaren en mijn bestaan was ooit wreed verstoord door het lot: het verstrijken der tijd.
Uren kon ik naar de wolken kijken. Soms verwachtte ik zowaar dat jij ieder moment tevoorschijn kon komen en leek het pluizige luchtschap even heel dichtbij, maar telkens werd mijn dagdroom verstoord door een harde windvlaag; veroorzaakt door de even stormachtige als trieste realiteit. Wat was het leven toch zinloos zonder jou.
Je had de eeuwige jeugd verkregen. Wellicht voelde ik mij daarom maar al te vaak een kind dat in een volwassen lichaam gevangen werd gehouden; totaal niet in staat te leven als een man. Ik voelde mij een weerloos joch, losgelaten in een wereld die mij steeds vreemder voor kwam en met de jaren nam de behoefte te vluchten toe; maar waar moest ik naartoe? Ik wilde weer bij jou zijn, maar geloofde niet dat ik ons weerzien zou kunnen afdwingen. Daarom werd ik ouder. In eenzaamheid?
Waarom kon alles waarover ik mij zorgen pleegde te moeten maken niet iets voor later zijn? Waarom moest wat voor mij bij voorkeur altijd later was gebleven het heden zijn? Hoe erg zou het allemaal nog kunnen worden en hoe lang zou ik het nog moeten ondergaan?
Abonneren op:
Posts (Atom)
